Op deze pagina items uit het BensMusic nieuwsarchief over:
Ian Siegal, Brian Setzer, T-99, Elvis, Amy Winehouse, Big Sandy, James Morrison, Paolo Nutini, Ian Siegal, Luie Hond, Hacienda Brothers, Miss Mary Ann, Mama's Boys, Robinella, James Hunter, Cuban Heels, Neil Diamond, West Texas Bop, Raul Midón, Jack Johnson, Smutfish, Jamie Lidell, Charlie Dée, Ricky Nelson, Patrizio Buanne, T-99, Brian Setzer, Ragtime Wranglers, The Paladins.

Ian Siegal

‘I don’t walk, I swagger,’ zingt Ian Siegal patserig in de titelsong van zijn cd. Natuurlijk, de Britse bluesman is een haantje, maar dan toch wel een goudhaantje. Nugene Records-baas Richard Pavitt mag zich in de handen knijpen dat hij Siegals talent al jaren geleden onderkende. Tegenwoordig staat deze ravissante artiest aan de top van de Britse bluesscene. Dezelfde scene die hij twee jaar geleden hardhandig wakker schudde met het magistrale Meat & Potatoes. Op Swagger wordt de lat al even hoog gelegd, hooguit met iets meer contrasten.
Om maar twee uitersten te noemen: in het meeslepende Curses (luister naar die zinnenprikkelende tekst!) grijpt hij terug naar zijn oude liefde voor Tom Waits, terwijl Muddy Waters ongetwijfeld model stond voor het ruim zeven minuten durende Mortal Coil Shuffle, met een gastbijdrage van ‘Big’ Pete van der Pluym (binnenkort meer over hem!) op mondharmonica. Naast vaste handlangers Andy Graham (bas) en Nik Bjerre (drums, percussie) zijn ook gitaarvirtuoos en producer Matt Schofield en Jonny Henderson met zijn Hammond van de partij. Siegal spreidt alle troeven breeduit op tafel. Hij speelt subliem slide en zijn Howlin’ Wolf-achtige wereldstem blijft bewondering afdwingen. Bovendien weet hij wat songschrijven betreft van de hoed en de rand. En áls hij covert (John Lee Hooker, Little Richard, Don Covay), dan nooit gemakzuchtig, maar inventief en stijlvol. De bevriende Oostenrijkse en tegenwoordig in Hongarije residerende duivelskunstenaar Ripoff Kaskolnikov wordt geëerd in zowel een western- als een swampversie van diens Horse Dream. Omineus en onheilspellend. De beste bluesplaat van dit jaar, noteren we dan zonder blikken of blozen. (met dank aan OOR!)
Brian Setzer

Op zaterdag 22 september, is de nieuwe plaat van Brian Setzer uitgekomen. Tesamen met zijn Big Band is hij er wederom in geslaagd een nieuw hoofdstuk aan zijn imposante carriere toe te voegen. Ditmaal zal het album, getiteld 'Wolfgang's Big Night Out', vol staan met hoofdzakelijk instrumentale Rock 'n' Roll versies van de grootste en meest herkenbare klassieke composities uit de muziek- geschiedenis. Dit grensverleggende staaltje vakmanschap zal bestaan uit 12 songs (of spreken we in dit geval van 'stukken'!?) met titels als "For Lisa" (Für Elise), "Take The 5th" gebaseerd op Beethoven's Vijfde Symfonie en Tchaikovsky's "1812 Overture" wordt vrij vertaald naar "1812 Overdrive". Setzer, die al 3 Grammy Awards in de wacht mocht slepen, was in de jaren 80 als frontman van de legendarische Stray Cats (bekend van hits als Runaway Boys en Rock This Town) verantwoordelijk voor een complete Rockabilly revival, en in de jaren 90 herhaalde hij dit kunstje nog eens bijzonder succesvol met het ' vergeten' Big Band en Swing genre. Zou het hem nog 'ns lukken...?!
T-99

Mischa den Haring, Martin de Ruiter en Donné la Fontaine van T-99 zijn muzikale zwervers met een hang naar het buitenissige. Niet voor niets werden de heren vorig jaar gevraagd om de tune bij Tony Chocolonely’s ‘slaafvrije chocolade’-campagne te verzorgen. Zo beschouwd ligt Vagabonds rechtstreeks in het verlengde van Cherry Stone Park. Ditmaal niet geproduceerd door Teddy Morgan, maar door de band zelf in coöperatie met Erik Spanjers, in wiens Utrechtse Silvester-studio de plaat werd opgenomen.
Het gehanteerde palet is er niet minder kleurrijk om. Naast de basisopstelling contrabas, drums en gitaar wordt er gestoeid met fluit, trompet, vuilnisemmers en andersoortige percussie, banjo en banjo-ukelele. Zo hoort dat natuurlijk bij een eclectische rootsmix die per song van tint verschiet. Van luchtige Piedmont tot psychobilly, van western swing tot exotische surf en van vuige garagerock & roll tot Balkanblues – de ideale soundtrack voor een b-film van het meest bizarre soort. Dat dit caleidoscopisch geheel desondanks niet fragmentarisch klinkt, vormt een onomstotelijke meerwaarde. De belofte van de bejubelde voorganger wordt hiermee voorbeeldig ingelost. Zo couch potato’s, en dan dansen we nu allemaal samen The Willow. (Met dank aan Oor!)
Voorproefje? Klik hier! En ook hier!
Elvis Lives!

Elvis, The King of Rock 'n' Roll , verkocht wereldwijd meer dan één miljard platen, en is 'still going strong'. Nog steeds is er vraag naar zijn muziek, zijn films en zijn unieke live optredens. Een legende die miljoenen van ons heeft geraakt, en die een inspiratie was, en nog steeds is, voor zowel amateurbands als rasartiesten als Robbie Williams, Paul McCartney, Bruce Springsteen, Frank Sinatra, John Lennon, George Michael, Bono, Cliff Richard, kortom de lijst is eindeloos.
Hij was de eerste die op deze schaal de muziekgeschiedenis volledig op z'n kop zette. Zijn invloed is nog dagelijks te zien en te horen, en er wordt zelfs gezegd dat na zijn eerste TV optreden de hele westerse wereld er anders uit zag...
Ter gelegenheid van zijn 25e sterfdag (16 augustus 2002) werd er in zijn woonplaats Memphis, Tennessee een concert gegeven met de originele bandleden en back-up singers die ooit in de begeleidingsband van Elvis hebben meegespeeld. Samen met de hedendaagse techniek ontstond er een unieke gebeurtenis, Elvis "live" op een gigantisch videoscherm achter de band op het podium! Zo dichtbij was je nog nooit bij de grootste zanger uit onze geschiedenis!
Zo gaf The King ook in de 21e eeuw nog een concert en werd er in deze setting zelfs een wereldtournee gedaan waarbij ook in Nederland uitverkochte zalen platgespeeld werden ('Elvis The Concert' in o.a. Ahoy' en de Heineken Music Hall).
"Elvis Lives!" en is op 9 februari 2007 dan eindelijk uitgebracht op DVD! In 5.1 surround sound, kleur gecorrigeerde beelden, 30 Elvis hits, plus 30 minuten interviews met de oud bandleden, waaronder de legendarische gitarist James Burton.
Elvis klonk nog nooit zo goed en zag er nog nooit zo mooi uit!

Amy Winehouse

Zo’n drie jaar na haar opvallende debuut 'Frank' is de Britse Amy Winehouse, nu 23 jaar oud, zo mogelijk nog dieper gedoken in de zwarte muziekgeschiedenis.
Dat maakt deze tweede cd klankmatig iets minder origineel dan de voorganger. Zo is de begeleiding op Tears Dry On Their Own een directe kopie van Marvin Gaye’s Ain’t No Mountain High Enough, is er elders ook sprake van een regelrechte Motown-sound, klinkt de reggae van Just Friends als een seventies-Phil Pratt-productie en lijkt het titelnummer direct afkomstig uit de koker van Phil Spector. Ook wonderlijk is de begeleiding op He Can Only Hold Her, die als twee druppels water lijkt op John Legends Slow Dance, die weer lijkt op sixties-soul van Curtis Mayfield’s Impressions. Tekstueel zijn we echter weer diep onder de indruk. Amy zegt gewoon waar het op staat, legt haar hart en ziel bloot en bezingt haar sores met een fraai slepende soulklank die maar moeilijk te rijmen is met dat jonge, fragiele meisje. Op recente foto’s ziet ze er namelijk tergend mager uit. Hopelijk kan ze haar prachtige turquoise Fender-gitaar nog tillen wanneer ze weer komt optreden, een onvergetelijk beeld...
Big Sandy and his Fly-Rite Boys

Big Sandy (echte naam: Robert Williams) is de voornaamste exponent van de Californische retrobeweging. Helaas heeft retro nog vaak een negatieve bijklank. Maar volgens mij is het helemaal niet verkeerd om je toe te leggen op muziekstijlen die hun duurzaamheid al lang en breed bewezen hebben. Zeker niet als je dit zo verfrissend doet als Big Sandy en zijn vierkoppige Fly-Rite Boys, met in de gelederen de fabuleuze steelgitarist Lee Jeffriess, gitaarvirtuoos Ashley Kingman, contrabassist Jeff West en de veelzijdige, altijd smaakvolle Bobby Trimble op drums. Aanvankelijk legden ze zich voornamelijk toe op het western swing-genre met wat rockabilly uitstapjes. Hoewel de zanger met de fluwelen croonerstem zijn hand ook niet omdraaid voor een schaamteloos nostalgische maar daardoor niet minder lekkere doowop-plaat (Dedicated To You uit 1998). De nieuwste heet "Turntable Matinee" en begint met het geluid van een pick-upnaald die in een groef zakt. Het is een ode aan de 45-toerensingle en die van zijn LA-jeugdhelden in het bijzonder. De zelfgecomponeerde en ijzersterke liedjes zijn geen kopieën van Johnny ‘Guitar’ Watson, Richard Berry, Don & Dewey, Don Julian en nog wat van die knakkers. Wèl zijn ze gemaakt in de geest van de verscheidenheid die in die tijd in LA (en daarbuiten) op de radio te horen was. En dat kunnen we van het huidige radio (en TV) aanbod niet zeggen..! Zo horen we naast de eerder genoemde genres nu ook voor het eerst een onvervalst 60's Stax/Volt soulgeluid (in Slipping Away, compleet met vette saxofoon bijdrage). Gebracht met een onbevangenheid en naïviteit die heden ten dage helemaal uit de popmuziek verdwenen is. Mooi geproduceerd, afwisselend en overlopend van vakmanschap. De heren leveren wederom een aanrader eerste klas af. Gewoon kopen dus!

James Morrison

De Brit James Morrison kent vele illustere voorgangers. Rod Stewart, Paul Young, Mick 'Simply Red' Hucknall, James Hunter (scroll maar 's verder!), Lewis Taylor en vele andere blanke Britse zangers hebben hun muzikale wortels diep in de Amerikaanse soul. Zo ook Morrison.
Wonderlijk is dat zij vaak met veel meer aandacht onder het publiek gebracht worden dan hun doorgaans veel getalenteerder zwarte Britse collegae. In het geval van Morrison is die aandacht in elk geval wel terecht. De 21-jarige zanger/gitarist heeft een aangenaam bluesy stemgeluid en schrijft prima liedjes. Er is ook productioneel flink geïnvesteerd in deze plaat, waardoor de liedjes door onder meer Martin Terefe, Eg White Steve Robson en Jimmy Hogarth zeer verfijnd en rijk georkestreerd zijn. James schijnt opgegroeid te zijn onder beroerde omstandigheden in het gehucht Rugby. Een gebroken gezin, emotionele ellende en junkievrienden. In de liedjes op zijn debuutalbum 'Undiscovered' is daar weinig van terug te horen. James gebruikt zijn onmiskenbare talenten uitdrukkelijk ook voor opwekkende verhalen. Fraaie uitzondering is One Last Chance. Hopelijk vindt dit debuut voldoende publiek, zodat hij op een volgende plaat nog weer wat dieper kan graven. Aan ons zal het niet liggen.
(Met dank aan Oor!)

Paolo Nutini

Paolo Nutini, een 19-jarige Schot, wordt in diverse media al de nieuwe James Blunt genoemd. Oke, dat je Pink de nieuwe Blondie noemt dat snap ik nog wel ergens. Maar iemand ‘de nieuwe versie van’ noemen van iemand die zelf net één studio-album uitgebracht heeft gaat me wat te ver. Behalve dat ze allebei uit de UK komen is hun muziek toch wel een tikkeltje anders. Beiden zijn inderdaad erg toegankelijk, maar Nutini heeft meer een Maroon 5-achtige mix van funk, soul en Britpop-sound dan de zoete pop-rock van Blunt.
Z’n debuutalbum These Streets is gevarieerd. Langzaam, snel, emotioneel, lekker swingend: allerlei soorten nummers passeren de revue en maken het zeker waard het album meerdere malen te luisteren. Goeie recensies, een knappe kop voor al de gillende TMF-meisjes en een retelekker album. Dit zou wel eens het najaar kunnen worden van Paolo Nutini.
Overigens staat Paolo op 8 november in De Melkweg in Amsterdam, waarvoor nog kaarten beschikbaar zijn.
Met dank aan flapdoodle.nl

Ian Siegal

Op zaterdag 9 juli van het vorig jaar speelde in de Statenhal te Den Haag, eerst voor een nagenoeg lege, daarna voor een pijlsnel volstromende zaal, de Brit Ian Siegal waarschijnlijk één van de meest geinspireerde bluessets van zijn leven.
Voor degenen tot wie het nog niet is doorgedrongen: Ian Siegal is de belichaming van een nieuwe stroming in de Britse blues, die zijn wortels heeft in de muziek van Sonny Boy Williamson en Muddy Waters, en die in een ijltempo bezig is de hearts & minds van liefhebbers over de hele wereld te veroveren.
Deze Siegal nu, stond daar op die gedenkwaardige zaterdag het nieuwe repertoire van zijn jongste album ‘Meat & Potatoes’ te vertolken. Met nummers als ‘Revelator (John The Apostle)’, ‘Sugar Rush’ en ‘She Got The Devil In Her/I Gotta Try You Baby’ liet Siegal zich van zijn meest bezwerende kant zien.
Het hielp natuurlijk dat hij geruggesteund werd door zijn labelgenoten Matt Schofield op gitaar en de verbazingwekkende Jonny Henderson op Hammond, want de band speelde alsof hun leven ervan afhing. En die stem, mja, als je je ogen sluit is het in sommige nummers alsof Howlin' Wolf weer onder ons is. En da's niet mis.
‘Ian Siegal Band At The North Sea Jazz Festival’ (Nugene/Bertus) is het levende bewijs dat Siegal, ondank het feit dat er hier en daar nog wat trucjes van de oude meesters in zijn performance doorschemeren, hard op weg is zich te ontpoppen als de nieuwe blues-shamaan.
Meer info: www.iansiegal.com

Luie Hond

Bij reggae in het Nederlands ligt de vergelijking met Doe Maar natuurlijk voor de hand, helemaal als de stem van de leadzanger wel wat weg heeft van die van Henny Vrienten. Maar Luie Hond afdoen als een kloon doet de band te weinig recht.
Want het Friese gezelschap is – meer dan Doe Maar ooit – een echte reggaeband, compleet met dubeffecten en een puntige blazerssectie. Luie Hond kan bovendien swingen als een tiet, zoals ze bewijzen in Danshal Koningin en Beter Af. Dat de groep zich na zijn halfgeflopte debuutalbum drie keer een slag in de rondte heeft getoerd, werpt hier duidelijk zijn vruchten af. Dode momenten kent de plaat nauwelijks, alleen het instrumentale titelnummer had met gemak gedegradeerd kunnen worden tot een gratis download. De teksten verhalen van een leven dat zich hooguit vijftig meter van de coffeeshop lijkt af te spelen, uiteraard met de nodige maatschappelijke bespiegelingen vanaf de zijlijn. Een enkele keer gaat Luie Hond daarin een tikkeltje over de top, zoals in Heroïnewiet en de samen met De Jeugd Van Tegenwoordig gemaakte single Poes In De Playboy. Maar over het algemeen is het allemaal reuze herkenbaar en door de swingende beats hartstikke aanstekelijk. (Met dank aan Oor!)

Hacienda Brothers

In Tuscon, Arizona woont Jeb Schoonover. Hij kent Paladins-voorman Dave Gonzalez. Als Gonzalez in Tuscon is, struinen ze samen alle obscure platenzaken af. De vangst wordt dezelfde avond nog gedraaid. Zo begonnen ze een keer met de allerdroevigste van alle droevige honkytonk-nummers, om diep in de nacht te eindigen met een serie uitgerangeerde soulzangers. Als er toch eens groep was die dat allemaal op de plaat kon zetten, verzuchtten ze. En wie zou dan de zanger moeten zijn? Wie anders dan Chris Gaffney, riepen ze in koor. De sideman van Dave Alvin en voormalig lid van Cold Hard Facts had er wel oren naar. Ze probeerden wat, Dan Penn hoorde de demo van I’m So Proud en was gelijk verkocht. Hij produceerde het titelloze debuutalbum van de Hacienda Brothers en markeerde daarmee het ontstaan van een volstrekt eigen genre, dat inmiddels ‘western soul’ is gaan heten. Na twee jaar toeren (ook in Nederland, met groot succes) komen de Hacienda’s nu met hun tweede plaat op de proppen: What’s Wrong With Right (Proper Records). Zeker zo goed, zo niet beter dan de eerste. De ‘western soul’ is verder uitgediept. Er staan nu twee klassiekers van Dan Penn en Spooner Oldham op, die zich prima thuisvoelen in de rij van nieuwe composities, merendeels van de hand van Dave Gonzales, van wie Gaffney beweert dat hij zelfs over zijn teennagels nog songs schrijft, als je hem de kans geeft. En verder is het weer die uitgekookte cocktail van David Berzansky’s steel guitar en Dave Gonzalez’ Telecaster, van schimmige orgeltjes en de kordate accordeon van Chris Gaffney, van gloedvolle soul en broeierige country. Met op het hoesje gelukkig ook weer prachtige foto’s van de heren.
Meer info: www.haciendabrothers.com

Miss Mary Ann

‘Een van de gaafste rootsbands ter wereld woont gewoon om de hoek,’ aldus Herman van der Horst een jaar geleden in OOR.
Die lovende woorden waren voor Groove A Tune, het instrumentale album van The Ragtime Wranglers. Dit trio van eigen bodem heeft internationaal zo’n faam verworven dat klinkende namen en levende legendes uit het rockabilly circuit als Curtis Gordon, Janis Martin, Sid King, Billy Lee Riley en Hardrock Gunther ze graag als band achter zich hebben op het podium. In september valt hen nogmaals de eer ten deel om The Collins Kids te begeleiden, gedurende een uitgebreide Europese tournee. Dan moet je inderdaad van goeden huize komen. Oorspronkelijk zijn ze echter met Miss Mary Ann. Met een stemgeluid en verschijning van buitengewone schoonheid voert ze je terug naar halverwege de vorige eeuw. Uit die periode stammen ook de meeste songs die hier uit de vergetelheid worden onttrokken. De titeltrack van Justin Tubb zet de toon voor een uitmuntende songcyclus, waarin onder meer western swing, country en rockabilly floreren. Al die oude stijlen en shuffles worden tot in de puntjes beheerst, waarbij de liefde voor pure muziek er vanaf straalt. Pianist Carl Sonny Leland is een welkome gast in de honky tonk en steelgitarist Jeremy Wakefield streelt het gehoor tijdens Faron Youngs Forget The Past en George Jones’ Don’t Stop The Music. Tevens de complimenten aan producer Pieter Kloos, die een heerlijk authentieke klank heeft weten te vangen. Enige manco is het gemis aan eigen composities. Alleen Don’t Lie To Me is van de hand van Mary Ann, al verscheen dat prachtlied eerder op Can You Hear It?? van The Ranch Girls, het zangduo waarvan zij de vaste waarde vormt. Dat het origineel wordt overtroffen, geeft wel aan dat de rek er nog lang niet uit is en we nog veel fraais tegemoet kunnen zien van deze vaksnuiters. (Met dank aan Oor!)

Mama's Boys

Toen Lester Butler, en daarmee zijn band the Red Devils, in 1998 het leven liet, onstond er een leemte in de ranzigste gelederen van de
bluesrock, daar waar Bo Diddley en George Thorogood zich met behulp van coke, whiskey en vervormde mondharmonica’s verenigen tot een verbintenis uit de hel, zeg maar. Maar de redding is nabij. Vanuit Los Angeles komt dezer dagen Johnny Mastro tot ons, met zijn Mama’s Boys ontegenzeggelijk één der smerigste
bluesbands ten westen van de Sunset Strip.
‘The Black Album’ (uitgebracht op Nugene, thuisbasis van oa Ian Siegal en Matt Schofield, de kenner weet genoeg) zoals de boreling toepasselijk is genoemd, staat van begin tot eind vol met volvette harmonicablues, die de erfenis van bluesmannen als Sonny Boy Williamson, Little Walter en Willie Dixon meer dan recht doet. Niet verwonderlijk natuurlijk, want de 'moederskindjes' groeiden allemaal op in de gevaarlijkste buurt van L.A., wat een goede voedingsbodem blijkt te zijn voor hun ruige Rhythm and Blues.
Een fantastische stem, een mondharmonica die aan stukken wordt geblazen en geweldig gitaarwerk. Dit is blues zoals blues gespeeld moet worden: rauw, doorleefd, hard en vol passie. Jarenlang moesten Johnny Mastro & Mama's Boys genoegen nemen met een bestaan in de marge, maar nu verdienen ze absoluut een plek in de spotlights. Voor liefhebbers van Lester 'Red Devils' Butler, Thirteen, Boyd Small, Drip' Drippin' Honey, the Strikes en Cuban Heels een vette aanrader. Dit is dé bluesplaat van 2006. Let maar op!
En Johnny Mastro is ook nog volgende maand te bewonderen op diverse nederlandse podia tijdens de 7e editie van Night Of The Blues. Gaat dat zien!

Robinella

Onder de naam Robinella and the CC Stringband is de laatste jaren een band actief, die een zeer gevarieerd aanbod laat horen. Songs die zich richten op een breed spectrum van country, bluegrass, jazz en pop. Kortom van alles wat. Vaak levert dit een onbestemd geheel op. In dit geval is die gevarieerdheid echter een plus, wat zich vooral op hun meest recente (2e) album "Solace for the Lonely" manifesteert.
Voeg daarbij het weldadige en prachtig bijpassende stemgeluid van Robinella en je begrijpt: hier gebeurt iets moois! Laat dit album maar als een warme deken over je heen komen en wentel je in de heerlijke sferen die Robinella met haar band oproept. Zeer warm aanbevolen voor liefhebbers van Katie Melua en Norah Jones!

James Hunter

Op een mooie zomerdag zaten Sam Cooke en Ray Charles gezamenlijk op een wolkje te zweven in hun paradijs en ze keken naar beneden. Ray Charles herrinnerde zich dat een oude Ierse brompot genaamd Van Morrison, het ooit had over een jonge man uit Engeland die het best bewaarde geheim zou zijn in de Rhythm & Blues en Soul. Dat hij op een dag een grote ster zou worden, waar mensen nog lang over na zouden praten. Sam Cooke was benieuwd wie die jongen was en peddelde het wolkje naar Groot-Brittannië alwaar ze halt hielden boven het huis van James Hunter. Toen James even later voor het raam verscheen alwaar hij onafgebroken de liedjes voor zijn plaat People Gonna Talk stond te zingen schrokken de beide heren wel een klein beetje, “Wat?? Is hij blank???”, “Nou daar zullen mensen zeker over praten”.
James Hunter, een blanke Engelsman, van zo te zien ergens in de veertig, laat zich vooral inspireren door de rhythm and bluesmuziek van de late jaren vijftig en vroege jaren zestig. Hij heeft een stem die soms klinkt of Sam Cooke weer onder ons is. Romantische soulballads gaan hem dus goed af, maar ook in wat venijniger werk blijft hij overeind.
De veertien songs op de cd klinken als covers van ten onrechte vergeten fifties en sixties-nummers, maar ze zijn stuk voor stuk door Hunter zelf geschreven. In de arrangementen van sommige duikt een heel licht ska-ritme op, wat de verder heel Amerikaans klinkende muziek een voorzichtig Engels accent geeft. Strak gitaarspel en energiek getoeter op de sax bepalen het frisse geluid. De titelsong wordt gedragen door een aangename ska-shuffle en ook andere nummers hebben die typische twist – hét handelsmerk van de zanger. Zonder schroom borduurt James Hunter op deze plaat voort op de klassieke R&B uit de late jaren vijftig en vroege jaren zestig, maar gedateerd klinkt de muziek geenszins en dat is een grote verdienste. People Gonna Talk werd opgenomen in de Londense, met stokoude apparatuur volgestouwde Toerag-studio (dezelfde studio waar de White Stripes hun album Elephant opnamen) en mede door dat warme geluid klopt echt alles aan deze plaat. Nooit gedacht dat er nog eens muziek zou worden gemaakt die zo dicht de sound van The Impressions uit de eerste helft van de jaren zestig zou benaderen. En dan nog wel van een Engelsman, het is werkelijk verbazingwekkend. Verwacht geen aardse klanken, dit is hemels. Het wordt de hoogste tijd dat Nederland deze superbe zanger gaat ontdekken!
Jack Johnson, schuif maar een stukje op, James komt er aan! En laat de zomer nu maar komen.

Cuban Heels

Ze hebben ons geduld rijkelijk lang op de proef gesteld, die van het Amsterdamse garagebluescollectief Cuban Heels, maar een kniesoor die dáár nu nog over valt. Het eindeloze wachten op hun derde is immers meer dan de moeite waard gebleken. Op de opvolger van het goed vier jaar geleden verschenen “Morphine Mama” geven onze vijf noorderburen er een ongelooflijke lap op. Zanger Jan Hidding voorop. Die bewijst zich op “Gutbucket Music” andermaal als één van de allerbeste performers in het genre binnen de Europese scene. Wat een kracht en een intensiteit stralen er van die gruizige stem van ‘m af! Hier moet je gewoon mee, willen of niet! En dan hadden we het nog niet eens over de bijdragen van Rico Gerfen en Richard Koster. Eerstgenoemde tergt werkelijk als een bezetene zijn snaren en creëert op die manier een uniek spanningsveld in nummers als de doortastende surfrocker “Gutbucket” of “Devil’s Door”, een onder zijn tremolo’s kreunende lap voodoo blues. Koster van zijn kant trekt op zijn mondharmonica diepe voren doorheen nummers als de genadeloos beukende opener “You Know How” en het bepaald spooky aandoende “So Unfair”. IJzersterk zijn ook bassist Arnout van den Berg en drummer Chiel ten Vaarwerk, zonder hun bijdragen zou "Gutbucket Music" niet de plaat zijn geworden die het is. Liefhebbers van rauwe blues acts als de North Mississippi All Stars, de Jon Spencer Blues Explosion, Black Keys of wijlen Drippin' Honey zijn bij deze gewaarschuwd: essentiële aanschaf!

Neil Diamond

Rick Rubin wordt ook wel omschreven als de tovenaar, een man die een vastgelopen artiest (Cash, Petty, Donovan) weer op het goede spoor kan brengen. Een soort Peter Müller buiten de ijsbaan, hoewel die laatste ook niet overal succes heeft. Het laatste project van Rick Rubin is wel een succes. Dit maal flikt hij het kunstje namelijk met Neil Diamond, de belichaming van huisvrouwentroost uit de jaren ’80. Wel een interessante combinatie, die er voor heeft gezorgd dat het resultaat, 12 Songs, niet zo kaal is als de platen die Rubin opnam met Johnny Cash, maar ook zeker niet zo rijkelijk overvloeid is met orkestrale arrangementen zoals we gewend zijn in het latere werk van Diamond. Wat gebleven is, is natuurlijk het karakteristieke ebbenhouten stemgeluid dat deze 14 nummers domineert. 14 nummers op een plaat die 12 Songs heet? Ja, op de Europese versie van deze cd staan twee extra nummers: Men Are So Easy en een tweede versie van Delirious Love, dit keer met strandjongen Brian Wilson als ondersteunende vocalist. Rubin stimuleerde songsmid Diamond, die als broodschrijver in het beroemde Brill Building begon, tot het blijven schaven en herschrijven tot het resultaat niet meer beter kon. En dat heeft geleid tot uitstekende liedjes die, in deze productie, een uitstekende plaat hebben opgeleverd. Ééntje die je schaamteloos in gezelschap kan opzetten. En wie had dat nu ooit gedacht van een Diamond-cd?

West Texas Bop

Eind februari 1957 nemen Buddy Holly and the Crickets het nummer That’ll Be The Day op in de studio van Norman Petty in Clovis, New Mexico. Op datzelfde moment staat een andere Buddy in de hitlijsten. Het is Buddy Knox die met het eveneens door Norman Petty geproduceerde Party Doll een kanjer van een hit heeft. Sinds dat moment wordt de studio van Petty druk bezocht door hele horden buddies van Buddy en Buddy. Op deze uitstekende verzamelaar staan nummers die er de eerste twee jaar na deze successen werden opgenomen. Veel van dit werk werd nooit eerder uitgebracht, totdat het toonaangevende Ace Records ze in 1999 op deze cd verzamelde. Norman Petty verkocht de opnamen uit zijn studio aan diverse labels en dankzij Ace zijn deze nummers dus samengebracht op West Texas Bop, dat nu opnieuw verkrijgbaar is. Grote overeenkomst met de rock ‘n’ roll van Buddy Holly is het springerige karakter van dit werk. The Nighthawks hebben zelfs de hik van Buddy Holly overgenomen. Holly is zelf ook aanwezig op deze cd met twee spetterende gitaarsolo’s op Starlight van Jack Huddle. En dan hebben we nog Sonny Curtis en Sonny West. Sonny Curtis heeft ruim 200 composities achter zijn naam staan, waaronder Walk Right Back en I Fought The Law. Als gitarist stond hij in de studio met Buddy Holly, Buddy Knox, Eddie Cochran, the Everly Brothers, Rick Nelson, Eric Clapton en Waylon Jennings. Hier doet hij zijn song Talk About My Baby. Van Sonny West zijn hier verzameld Rock-Ola Baby en Sweet Rockin’ Baby, ooit samen op een single uitgebracht. Volgens rockabilly-verzamelaars een van de beste singles met twee A-kanten. Vooruit maar.

Raul Midón

Sommige kennen hem al, singer, songwriter en gitarist Raul Midón. De meeste daarvan zullen hem herinneren uit de Heineken Music Hall. Eén van de hoogtepunten van de concerten van Trijntje Oosterhuis in de HMH was het duet 'Where is the Love?' dat ze deed met Midón. Maar Midón komt terug. En hoe! Zijn debuutalbum 'State of Mind' en ook de eerste single, het heropgenomen duet met Trijntje, is vanaf vandaag te koop. Om het geheel nog meer kracht bij te zetten geeft hij ook nog op 25 februari een concert in de Melkweg.
Voordat Raul Midón de studio in ging waren er al lovende recensies. The New York Times noemde hem een 'virtuoos', een mening die wordt gedeeld door Quincy Jones: "Raul Midón is a one of a kind virtuoso that will make your soul smile. This is what Music is all about!"
'State of Mind' is de titel van het debuutalbum van Raul Midón dat uitgebracht is in een Special Dutch edition. "State Of Mind" is een opmerkelijke melange van soul, r&b, pop, folk, jazz en latin. Hoewel er vleugjes van Donny Hathaway, Stevie Wonder, Jose Feliciano en Richie Havens terug te vinden zijn, is Midón vooral uniek, met passie, poëzie en overtuiging. Zijn soulvolle stem, jazzachtige akoestische gitaarstijl en buitengewone trompetimprovisaties kenmerken de, van geboorte, blinde zanger.
De eerste single van het debuutalbum van Raul Midón is getiteld 'Where is the love?' en is het duet met Trijntje Oosterhuis. Afgelopen december gingen beide artiesten de studio in om deze single op te nemen. De single is geproduceerd door Arif Mardin - de producer van de originele versie met Donny Hathaway en Roberta Flack. De schrijver van het duet, Ralph MacDonald nam de percussie voor zijn rekening.
Midóns wortels gaan terug tot het gehucht Embudo in New Mexico. Hij is het kind van een Afro-Amerikaanse moeder en een Argentijnse vader. "Ik wist al vroeg dat ik muzikant wilde worden", aldus Midón. "In de auto luisterde ik naar het ritme van de richtingaanwijzer. Ik hoorde overal muziek in, van de autotoeter tot sprinkhanen."
Op latere leeftijd opende hij in New York voor diva Cesaria Evora en gitaarheld Jeff Beck. Jason Mraz nam hem mee tijdens zijn akoestische Tour of the Curbside Prophets in 2004 nadat hij een optreden van Midón via internet had gezien. Mraz' jonge fans werden iedere avond betoverd door Midóns nummers en stijl. Een ouder publiek stond verstomd tijdens zijn optreden als voorprogramma voor Michael McDonald. "Ik heb voor hele verschillende soorten publiek gespeeld", zegt Midón. "Ik hoop dat mijn nieuwe album alle leeftijden zal aanspreken."
25 februari staat Raul Midón dus in de Melkweg te Amsterdam om voor het eerst als hoofdact live zijn album ten gehore te brengen. En er zijn nog enkele kaarten verkrijgbaar!

Jack Johnson

Jack Johnson is dan eindelijk ook hier "BIG". Tijd voor een tussendoortje net vóór de optredens in de HMH? Niets van dat alles. Oké, het betreft hier dan een soundtrack van een kinder-animatiefilm over een aap(!), maar het album heeft alle kenmerken van een volledig nieuw album van de meester van de akoestische meezinger. De eerste cynici zijn al opgestaan, want als er zoveel mensen zijn die van die flauwe liedjes leuk vinden, dan kan dat toch niks zijn? Onzin. Bandjes die een akoestisch toertje inlassen, worden plots verweten een ‘Jack Johnson’ te doen, meeliftend op het akoestische succes. Bullshit. En die Jack Johnson zal nog meer losmaken. Ja, zelfs met een album met kinderliedjes. Omdat ik als volwassene daar ook van kan genieten, zijn toon altijd goed is en ja, omdat hij geweldige liedjes uit zijn T-shirt blijft schudden, steeds weer opnieuw. Die van 'Curious George' hebben nog een opvoedkundige waarde ook, als hij in The Three R’s – gebaseerd op The Magic Number van De La Soul – een liedje maakt over reduce, re-use en recycle. Milieuvriendelijk naar de top. En het kinderkoor en ondergetekende zingen mee met dit meest groovy nummer dat Johnson ooit opnam. Ook Upside Down en het prachtige We Are Going To Be Friends, een op het lijf van Johnson geschreven cover van The White Stripes, zijn pure hits. Voeg er een paar fraaie bijdragen van zijn vrienden Kawika Kahiapo, G. Love, Matt Costa en Ben Harper aan toe en je hebt wellicht zijn beste album ooit.
(met dank aan Oor)

Smutfish

 

Lawnmower Mind was een enorme verrassing; Smutfish kwam uit het niets. Smutfish werd terecht ontvangen als een grote belofte op het gebied van de neder-alt.country. De verwachtingen zijn dan ook nu hoog gespannen bij de release van Through A Slightly Open Door (Munich). Maakt het Haagse Smutfish die verwachtingen waar? Ja, ja, ja en nog eens ja! Opnieuw komt Smutfish met een fascinerend werkstuk, dit keer onder productionele leiding van John Sonneveld en opgenomen in de fameuze Wisseloord Studios in Blaricum. Een mooie en professionele productie – en ook nog eens live opgenomen – die volledig recht doet aan de dynamische countrynoir van Melle (zang, gitaar), Dick Zuilhof (gitaar), Rob Lagendijk (bas) en Sean de Vries (drums). Meer dan deze bezetting hebben deze kerels niet nodig; geen overbodige versiersels. Geen dances with wolves maar goochelen met wolven, beroerder dan Jezus aan het kruis, tuinieren als therapie en voorts velden en tuinen zo ver als het oog reikt. Dat zijn zo een paar van de vele metaforen die zanger Melle gebruikt om zijn gevoelens met de luisteraar te delen. En hij klinkt daarin meer dan oprecht. Muzikaal is het monochrome kader – Smutfish heeft een totaal eigen geluid – intens, broeierig en van een grote, zij het kale schoonheid. Dat etaleert zich in de voordracht van Melle maar ook in het gitaarspel van Zuilhof, dat soms een heerlijk jazzy karakter heeft. De sound, composities en productie kan zich met gemak internationaal meten, dus zou de wereld open moeten liggen voor deze talented bunch. Dat moet dan ook maar gebeuren. In ieder geval kan Through A Slightly Open Door bijgeschreven worden bij de canon van de Nederlandse rock, ergens tussen Claw Boys Claws Shocking Shades Of en Hallo Venrays The More I Laugh, The Hornier Due Gets in. Smutfish schrijft met Through A Slightly Open Door vaderlandse geschiedenis.

Jamie Lidell

Iedereen heeft soul. En wanneer de toffeekleurige stem van Jamie Lidell je raakt weet je meteen dat het met dat diepe gevoel nog steeds goed zit. De cd "Multiply" staat namelijk boordevol met de lekkerste soulmuziek van het moment.
Als stembandenjongleur, beatboxmaniak en gouden keeltje liet hij al menig toeschouwer kwijlend toekijken tijdens zijn beruchte live optredens. Dat gefreak beperkt zich op "Multiply" tot de details, blijft over een heerlijk onder-de-douche soulpareltje dat direct naar Sly Stone, Prince, Earth Wind & Fire, Marvin Gaye en Otis Redding te linken is. Want zo ver reikt de toverkracht van dit album wel. Spul voor de experimentele liefhebber maar zeer zeker ook een hoofdprijs voor de popfreak.
Met de anderhalve minuut, achterover hangende stuiterfunk van ‘You Got Me Up’ knalt de plaat er meteen al goed in. En dan begint het pas. Het zwoele snoepje dat "Mulitply" heet, glijdt als warme chocolade langs Lidells stembanden en komt meteen in aanmerking voor het Otis-keurmerk. Onder die vette laag soul ligt een basis van moderne electronica, blazers en stemkunstjes (‘A Little Bit More’). Soulfunkklappers als ‘Music Will Not Last’ en ‘New Me’ zijn onweerstaanbaar en de superglijsoul van ‘Game For Fools’ sluit het album af met pure Motown-klasse. Meneer Lidell zou moeiteloos Idols hebben gewonnen maar net zo goed staat er een groot interview met hem in het Brits avantgarde blad The Wire van deze maand. En dat doen weinigen hem na.

Charlie Dée

Charlie Dée werd bijna gek toen ze op het conservatorium in Rotterdam zat en in platte coverbands moest schnabbelen om de huur te kunnen betalen.
Na een moeilijke periode in haar leven lukte het de Rotterdamse toch om met haar eigen songs naar buiten te treden. Dée is geen groot zangeres, zeker niet in de lagere registers, maar dat deert hier niet. Haar stem doet bij vlagen denken aan een jonge Rickie Lee Jones, gecombineerd met de excentrieke gekte van iemand als Nellie McKay. De debuut-cd "Where Do Girls Come From" heeft een hoog Americana-gehalte, maar Dée stopt er net zo gemakkelijk een Beach Boys-loopje (One Way Ticket) of vaudeville-achtig orgeltje (Monday Morning) in. Soms klinkt het allemaal een beetje te bedacht en komen haar voorbeelden wat al te nadrukkelijk bovendrijven. Maar over het geheel weten de elf liedjes, inclusief haar aardige versie van Joan Armatrading’s Rosie, aardig te beklijven. Dée heeft in ieder geval persoonlijkheid, lef en uitstraling en zijn dat juist niet de karaktertrekken die ooit een zangeresje uit Den Haag zo beroemd maakten?
(met dank aan Oor)

Ricky Nelson

Een dezer dagen beleeft Idols weer zijn finale. Hoe het met dergelijke clean cut jongens en meisjes verder gaat, weten we al sinds het Amerikaanse tijdschrift Life in 1957 het begrip ‘tieneridool’ uitvond voor Ricky Nelson, die dankzij een wekelijkse televisieshow hoog in de hitparade terechtkwam.
Vergeleken bij zijn tijdgenoten Elvis Presley, Chuck Berry en Little Richard was Nelson een lichtgewicht. Hij kon lekker zingen, maar voor de invulling van zijn optreden was hij toch afhankelijk van anderen. Met een leuk bekkie, en doordat hij zich omringde met de beste musici in die tijd zoals James Burton op gitaar, en een slim marketingteam dat hem telkens de goede kant op stuurde, slaagde hij er echter in vier jaar lang de ene hit na de andere te scoren. Daarvan was het door Gene Pitney geschreven Hello Mary Lou de grootste. Eén van de tieners die Nelson aansprak, was de jonge Bob Dylan. ‘Hij zong zijn liedjes rustig en standvastig, alsof hij midden in een storm stond. Dat gaf zijn stem iets mysterieus,’ zou die later in zijn autobiografie schrijven over Ricky Nelson. Een kwaliteit die zeker valt te herkennen op de onlangs verschenen Greatest Hits cd met daarop zijn interessantste singles Travelin’ Man en Lonesome Town (overigens nog te horen in Tarantino's Pulp Fiction). Na de opkomst van The Beatles verflauwde de ster van Nelson en belandde hij in het countrycircuit. In 1972 maakte hij een verrassende comeback met het door hemzelf geschreven Garden Party. Hoewel een juweeltje, bleek het een eenmalige oprisping. Toen Nelson in 1985 verongelukte met een privé-vliegtuig was hij al slechts een voetnoot in de pophistorie.

Patrizio Buanne

De Italiaanse zanger Patrizio Buanne is pas 26 jaar en heeft al menig vrouwenhoofd op hol gebracht. De goedgeklede Italiaan had voor zijn twintigste al diverse talentenjachten gewonnen, een goede Elvis imitatie neergezet en gezongen voor de paus.
Patrizio is opgegroeid in Napels, maar verhuisde op zijn zesde naar Vienna. Zijn liefde voor Italiaanse muziek is er met de paplepel ingegoten. Thuis werd alleen Italiaanse muziek gedraaid. Op zijn achtste kreeg hij een gitaar en op zijn elfde trad hij voor het eerst op. Daarna volgden al snel meer optredens op talentenjachten en een platencontract. Het debuutalbum toepasselijk getiteld "The Italian" van deze immer strak in het pak zittende Italiaan is geheel in stijl opgenomen met een strijkorkest. De eerste single is het prachtige "Il Mondo". Een nummer waarin Patrizio deels in het Engels en deels in het Italiaans zingt. In Nederland verscheen onlangs ook de DVD "Live in Concert", en ook dit schijfje staat vol met tijdloze klassiekers en Italiaanse, romantische 'canzone' als Volare, That's Amore (in een verrassende Rock'n' Roll versie met 50's styled videoclipje!), A Man Without Love, Che Sarà, On An Evening In Rome, Come Prima en een prachtige bewerking van het wereldberoemde Godfather Theme. Een echte aanrader!

T-99

Als een spookrijder raast T-99 over de hoofdweg die talloze opwindende muziekstijlen met elkaar verbindt. Met in de bagage Tarantino-soundtrack romantiek, psychedelische woestijnrock, vuige bluesboogies en hitsige midzomernacht- soulslijpers stampt en kronkelt deze band door het landschap van de vernieuwende rootsmuziek. De route loopt over granietgeplaveide wegen en door nog niet eerder verkend gevaarlijk moerasgebied. En dat alles zonder het gas ooit los te laten. Op de nieuwe CD "Cherry Stone Park" openbaart T-99 zich als een van de meest veelzijdige en smaakvolle roots rockers van het moment.
‘Een juweel binnen de Europese blues- en rootsscene’, met een dergelijk predikaat op zak veroveren de drie heren van T-99 stapje voor stapje de rest van de blues-, rock & roll-, roots rock en boogiewereld. Het in 2001 verschenen debuutalbum – ‘Coo Coo’ – klonk meer dan veelbelovend en het leverde de band dan ook optredens op tijdens North Sea Jazz en Moulin Blues. Met de opvolger ‘Strange Things Happen’ bewijst T-99 meer dan een ‘eendagsklapper’ te zijn. De band herbergt twee sterke zangers én combineert hypnotiserende grooves met opwindende gitaarerupties; dé ideale mix om….de wereld te veroveren!?

Brian Setzer





















































 

 






Het waren zijn 18-jarige zoon en diens vrienden die Stray Cats-zanger en meestergitarist Brian Setzer op het idee brachten om de authentieke rockabilly-muziek uit de jaren vijftig weer 'ns nieuw leven in te blazen. Zo hadden de Stray Cats het nog nooit gespeeld. Deze rauwe, aanstekelijke muziek van alweer zo'n vijftig jaar geleden heeft nog niets van z'n aantrekkingskracht verloren.
Brian Setzer: 'Iedereen kent 'Blue Suede Shoes', maar weinig mensen kennen de oorsprong van dat nummer en weten dat het een rockabilly-song van Carl Perkins is'.
"De jeugd kent alleen de muziek die ze op de radio hoort. Muziek van nu, dus vooral. Het is leuk om hen bekend te maken met de oorsprong van de hedendaagse popmuziek", zegt Brian Setzer, die op dit moment een Europese tournee met de driekoppige gelegenheidsband The Nashvillains afsluit. "Daarvoor heb ik het vooral gedaan en ik merk dat het werkt. Alle jongeren die ik het laat horen vinden het te gek. Er gaat een nieuwe wereld voor ze open. Maar natuurlijk heb ik het ook voor m'n eigen lol gedaan!"
Met de Nashvillains heeft Setzer ook het bewuste album 'Rockabilly Riot Volume One - A Tribute to Sun Records' opgenomen. Hij deed dat in de directe omgeving van Nashville, Tennessee. Deze bakermat van de rockabilly zorgde natuurlijk voor de perfecte sfeer voor een dergelijke tribute-plaat. Op het album staan 23 songs die in de periode 1954-1957 zijn uitgebracht op het vermaarde Sun-label in Memphis waar artiesten als Elvis Presley, Johnny Cash, Jerry Lee Lewis, B.B. King, Ike Turner en eerdergenoemde Carl Perkins hun eerste plaatopnamen maakten. Songs als 'Blue Suede Shoes', 'Red Hot', 'Get Rhythm' en 'Real Wild Child', maar ook een aantal onbekendere stukken. De Setzer-versies klinken zo mogelijk even authentiek als de originelen. Dat was ook de bedoeling, zegt hij. "Ik heb geen enkele behoefte gevoeld er een eigen draai of sound aan te geven. Deze songs stammen uit de tijd dat rockabilly is ontstaan. Een prachtige periode en prachtige muziek. Dat wilde ik graag vastleggen, zoveel mogelijk met de techniek en de antieke apparatuur uit die tijd. Zelf heb ik nog wel een aantal oude gitaren maar waar kun je voor de oude opname-apparatuur beter heen dan naar Nashville zelf? De studio stond in een prachtig landschap in de buurt van de stad. Tijdens het inzingen keek ik uit over de heuvels van Tennessee. Dat was zeer inspirerend."
Een klein probleem was nog wel om een keuze te maken uit het overweldigende aantal nummers uit die tijd. Niet voor niets heeft Setzer het album de ondertitel Volume One meegegeven. "Ik heb geen idee of er een Volume Two of misschien wel Three komt, maar ik heb het een beetje opengehouden op deze manier", grinnikt de zanger/gitarist. "Het was in ieder geval best lastig om songs te kiezen. Op een bepaald moment zat ik met meer dan honderd elpees uit die tijd voor m'n neus. Ik heb gekozen voor een mix van klassiekers en minder bekende songs. Afgezien van muzikale zijsprongen, onder meer met het zeer succesvolle Brian Setzer Orchestra (waarvan op 18 oktober as. een Live Kerst-DVD verschijnt!), heeft Setzer sinds de start van de Stray Cats zo'n 25 jaar geleden altijd rockabilly gespeeld. Het is simpelweg de muziek die hem na al die jaren nog steeds dat speciale gevoel geeft. "Ik kan dat moeilijk onder woorden brengen. Het is, denk ik, de unieke mix van drie instrumenten. De 'slapping' bas, de specifieke, wat jazzy gitaarsound en ten slotte het eenvoudige drumstel met één bekken, snare en bassdrum. Het is frisse, energieke en opwindende muziek." Opmerkelijk is trouwens dat Setzer door de jaren heen altijd in een trio-bezetting rockabilly heeft gespeeld. Op dit tribute-album werkt hij voor het eerst met een pianist. Een openbaring, zo geeft hij toe. "Op veel oude Sun-platen worden piano en akoestische gitaar gebruikt.
Gek eigenlijk, dat rockabilly-bands van na die tijd dat niet vaak gebruiken. Maar als ik een oud nummer hoor als 'Put Your Cat Clothes On' en de piano komt erin, geweldig! In die zin heb ik er ook veel van geleerd. Met de Stray Cats hebben we nooit dat oude geluid willen benaderen. We hebben van meet af aan een eigen draai aan de rockabilly gegeven en ik geloof dat we op die manier toch nog iets aan het genre hebben toegevoegd."
En na drie uitverkochte concerten op nederlandse bodem, o.a. Paradiso Amsterdam en zaal 013 in Tilburg, weten we het zeker, de 46-jarige Setzer heeft het prima naar z'n zin op het podium, ziet er beter uit dan ooit en heeft weer een nieuwe impuls aan het genre gegeven!

Ragtime Wranglers

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 



Groove A Tune....... is de titel van de nieuwe plaat van de Ragtime Wranglers uit Rotterdam.
14 instrumentale nummers, voor het grootste deel eigen werk, door Sonic Rendezvous uitgebracht op CD en LP, 180 grams vinyl voor de HiFi liefhebbers.
De Ragtime Wranglers bestaan uit Joe Sixpack (gitaar), Sietse Heslinga (drums) en Huib "Huey" Moor (contrabas), al meer dan tien jaar de vaste begeleidingsband van de Ranch Girls en Miss Mary Ann.
Naast deze acts hebben ze een uitstekende reputatie als het gaat om begeleiden van Amerikaanse artiesten op toonaangevende festivals in Europa en de Verenigde Staten, zoals bijvoorbeeld the Collins Kids, Jack Earls, Curtis Gordon, Charlie Louvin, Marvin Rainwater en Hardrock Gunter. Bij alle optredens zijn instrumentale nummers een vast onderdeel van de set.
Het repertoire van de Ranch Girls en Miss Mary Ann is grotendeels gebaseerd op rockabilly en rock'n roll. Het hiernaast begeleiden van diverse anderen artiesten vergt veelzijdigheid. Dit is terug te horen op "Groove a Tune", die daardoor zowel in uitvoering als in genre sterk varieert, zonder de roots kwijt te raken.
Het eigen werk is van de hand van Joe Sixpack, een mix van akoestisch of elektrisch opgenomen bluegrass, calypso, rockabilly en rock'n roll.
De rest van "Groove a Tune" zijn grotendeels gearrangeerde nummers van gitaristen: Merle Travis (Blue Smoke), Joe Maphis (Town Hall Shuffle) en Santo & Johnny (Hop Scotch).
Jimmy Bryant's "Low Man on a Totempole" is een remix van de single die de band medio 2004 uitbracht, op dit moment een "dance-floor filler" op rock'n roll festivals.
De band speelt op "vintage" instrumenten en versterkers en "Groove a Tune" is analoog opgenomen met oude microfoons in studio "The Void" te Eindhoven.
De Gastmuzikanten Donné la Fontaine (T-99) op ukelele, Jeroen Jongsma (Vals Plat) op mandoline, Pieter M. Dorrenboom op orgel en Jeremy "JW" Wakefield (oa Lucky Stars, Smith's Ranch Boys en Wayne Hancock) op steel-gitaar, maken "Groove a Tune" extra afwisselend. Cousin' Deke Dickerson verzorgde JW's steelgitaar opnamen in Los Angeles.
De CD presentatie vindt plaats op vrijdag 29 april 2005, op de 5e Rockabilly Dazzle in Waterfront, Boompjeskade 10 te Rotterdam. Net als op "Groove A Tune" met veel gastmuzikanten. Het op het podium halen van in de zaal gespotte muzikanten is sowieso altijd een vast onderdeel van een Ragtime Wranglers optreden.
Meer rockin' Ragtime Wranglers showcases:
- Corinthia Hotel in Antwerpen, België, 9 april
- Rockin' Fifties Fest 2 in Greenbay Wisconsin, USA, 12 april 2005. Op dit grootste roots festival ter wereld, staan de Ragtime Wranglers als enige Nederlandse formatie tussen meer dan 100 bands, waaronder Ike Turner, Jerry Lee Lewis en Link Wray.

The Paladins

 

 


 

 

 

 

 

 



 

 





The Paladins...volgens de LA Times "One of the most powerful roots rocking groups in the nation", zijn een echte live-band. Per jaar geven ze meer dan 200 optredens.Wereldwijd! Ze zijn ongetwijfeld één van de beste bands die je live op een podium kunt tegenkomen. Afkomstig uit San Diego, California, combineren ze country en rockabilly uit de jaren '50 met blues en jazz tot hun eigen unieke en dampende sound.
Dave Gonzalez, gitarist/zanger, en één van de aardigste gasten die op deze planeet rondloopt, is de oprichter van The Paladins, en heeft al sinds zijn kindertijd zijn hart verloren aan oorspronkelijke ‘roots’ en ‘vintage’ muziek. Thuis luisterde hij naar de platencollectie van z’n ouders en kreeg de muziek met de paplepel ingegoten: “Mijn moeder is een echte rock ’n' roller en m’n vader houdt van honky-tonk country en blues. En toen ik op de lagere school zat, kreeg ik van m’n oma mijn eerste B.B. King elpee. Ik hou van Buddy Guy, Jimi Hendrix, en ben helemaal weg van de groten uit de Jazzwereld zoals Charlie Christian and Wes Montgomery, om er maar een paar te noemen. Toen we pas begonnen speelden we veel Elvis, Buddy Holly en uiteraard het hele rockabilly en bluesrepertoire. Maar we hebben altijd genoeg origineel materiaal gehad. Dat komt omdat we altijd op zoek zijn naar oude singletjes en elpees. Dáár halen we onze inspiratie en ideeën vandaan en het bepaalt voor een groot gedeelte het geluid en de arrangementen waar The Paladins bekend mee zijn geworden."
Het nieuwe, achtste album "El Matador" is al een tijdje uit, en aan de reacties bij ons in de winkel te horen is het weer een voltreffer! Waar bij de laatste twee cd's wat meer de nadruk ligt op roots-rockabilly is de nieuwe plaat meer een afspiegeling van hoe de mannen op het podium kunnen klinken; rauw, scheurend, swingend en boppend! Geen enkele cover, 15 originals die het vakmansschap van het trio in volle glorie laat horen. Van de Beatles tot de Everly's, en van Duane Eddy tot Booker T. (let op dat hammond-orgeltje!) en weer terug. Oja, had ik al vermeld wat een fantastische gitarist Dave is? Naast de titeltrack, een Spaanse flamengo-peper, en afsluiter Blue Cascade, een kruising tussen "Sleepwalk" en "Albatross", staan er nog een drietal instrumentaaltjes op die het beluisteren meer dan waard zijn.
En nu zijn deze mannen eindelijk ook op een grandioze DVD, getiteld "Power Shake", te bewonderen! Dik anderhalf uur (22 songs) live in Nijmegen op het Kids 'n' Billies Festival van afgelopen zomer.
Hoe kan het toch dat men in het Hilversumse deze geweldige muziek, gespeeld door èchte muzikanten, maar niet wil horen...?
Als we hier in de winkel zo'n plaat aan zetten (of vergelijkbare dingen als Wayne Hancock, Brian Setzer, Hollywood Fats, Bellfuries, Big Sandy, Blue Moon Special, The Strikes en ga zo maar door) zijn de reacties altijd positief en vaak gaat zo'n schijfje dan ook acuut in een tasje mee naar het huis van de desbetreffende klant.
En daar doen we het toch allemaal voor!
Meer info op: www.thepaladins.com

Terug naar boven